Basiliek O.L.V v/h H.Hart

1. Bedevaartskerk

Op uitnodiging van deken Pierre M. Vrancken kwamen zes ursulinen onder leiding van overste mère Olive op 27 april 1843 in Sittard aan om onderwijs aan meisjes gestalte te geven. Ze stichtten het klooster “St.- Calvaire” in het “Huys op de Bergh”, aan de Oude Markt, op de plaats waar ooit de heren van Sittard woonden. De zusters openden op 8 mei 1843 een pensionaat en een school die voor Sittard en omstreken belangrijke instituten werden. In 1849 werd een nieuwe kapel in het klooster ingezegend. Een wonderbaarlijke genezing , waarbij een ingeslikte naald werd opgegeven, bracht een ommekeer: er kwam een groot aantal pelgrims dit genadeoord bezoeken, zodat de bouw van een eigen kerk een vurige wens werd.

Onze Lieve Vrouw van het Heilig Hart.
Onze Lieve Vrouw van het Heilig Hart.


a. Mariadevotie

De devotie van O.L. Vrouw van het H. Hart begon in 1866. Een mevrouw Demarteau-Lochmans uit Luik plaatste drie dochters in het pensionaat van de ursulinen. De kinderen droegen een medaille bij zich van O.L. Vrouw van het H. Hart uit het Franse Issoudun. Daar was een broederschap haar ter ere. Een leerlinge, Marie Verheggen, slikte tijdens de naailes per ongeluk een naald door, die zich in de maag vastzette. Een arts achtte de toestand hopeloos. Overste Marie-Thérèse zei toen: “Indien ‘t Gods wil is, dat Maria hier onder de titel van het H. Hart vereerd wordt, dat dan hare prompte hulp ons hiervoor het bewijs zij.” Het meisje kreeg de medaille omgehangen. Zusters en internen knielden in gebed en herhaalden de aanroeping: “O.L.Vrouw van het H. Hart, bid voor ons.” Bij de 33e aanroeping (vergelijk de 33 levensjaren van Christus!) kwam de naald bij een kuch uit de mond terug: O.L. Vrouw had gesproken via een wonder. Hierna groeide in een recordtijd de devotie.

b. Broederschap
Bisschop Paredis gaf vervolgens zijn goedkeuring aan de oprichting van een broederschap van O.L. Vrouw van het H. Hart. Op 6 januari 1866 werd het ledenregister in Sittard geopend. In de volgende jaren traden miljoenen mensen toe tot de broederschap.

Op 6 december 1868 werd een nieuw Mariabeeld, een kopie van dat uit Issoudun geïnstalleerd. Het stelt Maria voor met de twaalfjarige Jezus, staande voor haar; de beelden op de meeste andere plaatsen tonen Maria met het Kindje Jezus op de arm. In december 1873 werd het door mgr. Paredis gekroond en bij die plechtigheid werd meegedeeld dat een nieuwe kerk gebouwd zou worden. In dat jaar kwam de eerste grote processie naar Sittard, uit Aken. Steeds meer pelgrims uit alle delen van het land, België en Duitsland bezochten het genadeoord.
Op 4 juni 1878 werd Sittard hoofdzetel voor Nederland van de Broederschap van O.L. Vrouw van het H. Hart en groeide het aantal processies. Er waren in 1880 bijna zeven miljoen leden van de broederschap ingeschreven. De vele processies met duizenden pelgrims leverden veel geld op voor de bouw van een nieuwe kerk.

2. Het kerkgebouw

De ursulinen gaven de Venlose architect Johan Kayser (1842-1917) de opdracht een nieuwe kerk te ontwerpen. In 1875 werd begonnen met de bouw en op 5 juni 1879 weer de kerk  geconsacreerd door mgr. Paredis.
De basiliek is een van fraaiste voorbeelden van neogotische stijl in Nederland. Voor de status als bedevaartsoord was de verheffing tot Aartsbroederschap door paus Leo XIII op 10 mei 1883 en de toekenning van de eretitel ‘Basiliek’ eveneens van groot belang.

a. Neogotiek
In de periode 1860-1910 zijn in Nederland veel katholieke kerken in neogotische stijl gebouwd. Vooral de Roermondse architect Pierre J H. Cuypers (1827-1921) heeft hierbij een grote rol gespeeld. De spitsbogen, hoge ramen, galerijen, de kapitelen en de hele lijnvoering in deze kerk zijn een weerspiegeling van de dertiende-eeuwse gotiek. Vooral het kleurgebruik in de binnenruimte is specifiek. In vergelijking met de gotische kathedralen is deze kerk betrekkelijk klein. De architect wist evenwel een grote verscheidenheid en harmonieuze eenheid te bereiken.

basiliek9b. Het exterieur
De kerk heeft de vorm van een kruisbasiliek. Er is een kooromgang met straalkapellen. Op de viering is de hoge toren gebouwd, die op de hoeken van de klokkenverdieping opengewerkte, veelhoekige torentjes heeft.
De ligging van de kerk in een dicht bebouwd gedeelte van de stad sloot een traditionele westtoren vrijwel uit. Samen met de toren van de Grote Kerk neemt deze basiliektoren een markante plaats in het Sittardse stadssilhouet in. De torenspitsen hebben leien dakkapellen. De spitsboogvensters met tracéringen bevatten glas-in-loodramen. In de bakstenen voorgevel is boven het portaal een fraai roosvenster in glas-in-lood aangebracht en twee slanke fronttorentjes completeren het geheel.
De eiken toegangsdeur heeft een opvallend ijzerbeslag in de vorm van een waaier van schermbloemen. Een marmeren plaat bij de ingang die in Rome is gemaakt, geeft aan dat de eretitel basiliek (het Grieks basileus betekent koning) door paus Leo XIII in 1883 als eerste in Nederland is verleend. Boven de ingang in het portaal is een witmarmeren plaat aangebracht met een Latijns opschrift dat het wonder vermeldt.

interieurbasc. Interieur
Het bijzonder rijk versierde interieur van deze kerk is van het grootste belang. De hoge gewelven van het schip, de aanwezigheid van twee
emporen (galerij op zuilen) boven de zijbeuken dempen de lichtinval, zodat de kerk tamelijk donker is. Het koor en het altaar worden door de vensters van de vieringtoren verlicht. Ongeveer 50 jaar lang werkte Sittardenaar A. Colen aan de beschildering van de bakstenen der kleurrijke wanden die het interieur zo specifiek maken. De achterwand bestaat uit honderden geglazuurde votiefstenen.
De twee eretekenen van een basiliek voor het altaar trekken de aandacht: het tintinnabulum (luidklokje op draagstok) en conopeum (gesloten zonnescherm in de voormalige pauselijke kleuren rood-geel).

d. Votiefstenen uit heilige plaatsen
Op 2 juni 1875 was de plechtige eerstesteenlegging van de kerk. Paus Pius IX had deze steen, afkomstig uit de catacomben van Callistus te Rome, geschonken. De steen ligt nog altijd op dezelfde plaats in de basiliek. Een gedenkplaat achter het altaar vermeldt de schenking. Het marmerplaatje in het midden ervan is een deel van een sluitsteen van een grafnis in de catacombe.

In de kerk zijn er nog meer kostbare stenen verwerkt: twee wijwatervaatjes zijn vervaardigd uit stenen die afkomstig zijn uit de kerk van het Heilig Graf te Jeruzalem en uit de geboortekerk in Bethlehem. Het priesterkoor is door een kapellenkrans omgeven die op 8 juni 1880 is ingezegend. De altaren zijn toegewijd aan Angela (geschonken door Regout), Augustinus (burg. Arnoldts), Jozef (fam. Stoltzenberg), Aloysius (leden kinderkrans) en Ursula (L. de Maret).
De vijf credenstafeltjes in deze straalkapellen zijn vervaardigd uit stenen van ‘heilige plaatsen’ in het Heilig Land: Bethlehem, Olijfberg, Tabor, Nazareth, Emmaus. Deze stenen zijn in 1877, het jaar dat de kerk voltooid is, uit Rome ontvangen.
In drie jaar tijd zijn meer dan 1400 andere votiefstenen geschonken, die het specifieke van een bedevaartkerk markeren, evenals de vele andere ex-voto’s. De dankbaarheid voor gebedsverhoringen van vele pelgrims kregen gestalte in de ontelbare dankbetuigingen aan Maria in de decoraties van muren en pilaren. De basiliek werd een nationaal heiligdom.

e. Schenkingen
Enkele weldoeners hebben bij de bouw van de kerk bijgedragen aan het rijke interieur:
– Pastoor J. Masker uit Zwaag (bij Hoorn) die de eerste processie uit Noord-Holland in 1875 had geleid, schonk het hoogaltaar met vergulde triomfbogen en rijkversierd tabernakel. Bovendien schonk hij ¦ 2000,- voor de bouw van de sacristie en geld voor het meubileren van de galerijen. Hij is een van de belangrijkste donateurs van de basiliek geweest.
– Het hoogaltaar:
centraal staat het genadebeeld van O.L.Vrouw en het Christuskind als kopie van het beeld uit Issoudun, dat in 1867 in Parijs door Raffi is vervaardigd.
Linkerpaneel, bovengedeelte: Michaël en Gabriël, uit het Oude Testament Noë en Abraham, de kerkleraren Celestinus en Anselmus. Ondergedeelte: Petrus en Johannes, de profeten Ezechiël en Isaïas, de martelaren Ignatius van Antiochië en Sebastianus.
Rechterpaneel bovengedeelte: de bisschoppen Martinus en Nicolaas, de diakens Stephanus en Laurentius, Anna en Elisabeth. Ondergedeelte: de kerkvader Augustinus en de Oosterse kerkleraar Chrysostomos, de stichters van kloosterorden Bernardus en Dominicus en de ursulinenheiligen Ursula en Angela.
– Achter het altaar zijn vijf kleine kapelletjes met altaren toegewijd aan de H. Angela, Augustinus, Jozef, Aloysius en Ursula.
– L. de Maret uit Loenersloot schonk het triomfkruis, een nieuwe klok, het St.-Ursula-altaar en enkele lampen.
vervolg basiliek

Het houten kruis (1879) werd ontworpen door mgr. Rutten. Het is zes meter hoog met op de hoeken de vergulde zinnebeelden van de evangelisten. Het kruis symboliseert ook de levensboom: gouden bladeren ontspruiten aan het kruishout.
– Burgemeester Arnoldts van Sittard schonk een draagaltaar; Petrus Regout het Angela-altaar; mevr. Weiss uit Maastricht de van gepolijst koper gemaakte communiebank (1880) uit het atelier Dehin te Luik Aan weerszijden zijn de evangelisten uitgebeeld op basis van het visioen van Ezechiel: Johannes (adelaar), Marcus (leeuw), Matheus (engel) en Lucas (stier).
– Dhr. Horrix uit Den Haag schonk de drie godslampen.
– Tallozen gaven kleinere bedragen of giften voor de triomfboog, glas-in-loodramen, kerkmeubilair en dergelijke.

f. Glas-in-loodramen
De vijf ramen van het priesterkoor beelden de plaats van Maria in het verlossingswerk uit.
In het transept beelden de ramen aan de linkerkant acht mannelijke heiligen uit:
Aäron, David, hogepriester Simon, profeet Elias, Mozes (met brandend braambos), Gideon (met gulden vlies), Salomon, profeet Isaïas die voorspelde dat de maagd Maria een Zoon zou baren.
Het raam rechts toont vrouwelijke heiligen:
Eva, de moeder van alle levenden, de dochter van Jeptha, Abigaïl, Esther, Rebecca, Deborah, Hanna, Judith.

g. Opmerkelijk zijn verder:
– de preekstoel uit 1882 met vier taferelen uit de bijbel: Laat de kinderen tot Mij komen; de zending van de apostelen; Jezus en de Samaritaanse vrouw; gesprek van Jezus met Nicodemus.
– de zes kroonluchters zijn geschenken van processies uit Rotterdam.
– de godslamp uit 1881;
– het orgel uit 1954 van fa. Pereboom uit Maastricht;
– Het wapenschild boven de ingang is gemaakt door de Maastrichtse glazenier Hubert Felix.
– Merkwaardig is de kopie van de nagel van het Heilig Kruis die bewaard wordt in de sacristie. Het is een kopie van de nagel die als relikwie bewaard wordt in de Santa-Croce te Rome.
– De piëta achter in de kerk.

pieta

Als religieus centrum is de basiliek van grote betekenis. Vanwege de toeloop van tienduizenden pelgrims bouwden de ursulinen deze kerk en het er tegenover liggende Mariapark. Doordat de ursulinen hiervoor een architect aantrokken van grote klasse, Johannes Kayser, is deze kerk ook kunsthistorisch belangrijk: Niet weg te vlakken is de economische betekenis voor Sittard door de velen die de stad bezochten en er vaak enkele dagen vertoefden.

h. Restauratie
In 1945 is het buitenvoegwerk gerestaureerd. In 1996-1997 vond een restauratie plaats van het hele kerkgebouw voor een bedrag van 1,2 miljoen. Op 23 maart 1997 was de feestelijke heropening.

HET MARIAPARK

Het Mariaparka. bouwgeschiedenis.
Door de grote toestroom van pelgrims naar de Sittardse Basiliek ontstond de behoefte aan een opvangmogelijkheid voor de bedevaartgangers die geen plaats konden bemachtigen in de Mariakerk. Op de eerste zondag van mei anno 1890 maakten de ursulinen het besluit bekend een overdekte zuilengang te willen bouwen, waarin de staties van een kruisweg zouden worden geplaatst. Voor de veertien staties werden binnen vijf weken veertien schenkers gevonden. Voor de bouw van het Mariapark werd een ‘vijfcentenactie’ georganiseerd. De zusters verstrekten lijstjes waarop zestig namen ingevuld konden worden. De intekenaren betaalden ieder vijf cent, zodat een lijstje drie gulden opleverde. De lijstjes werden bij het Genadebeeld in de Basiliek bewaard. Men kon ook een oningevuld lijstje met drie guldens inleveren. De zusters zouden dan de namen van zestig arme mensen invullen.
Op 19 maart 1891 werd de eerste steen van het Mariapark gelegd door overste Maria Demarteau en mère Antoine. Een ontwerptekening van de voorhal van architect Johannes Kayser werd in het boekwerk ‘De Maria-zomer te Sittard 1891’ gepubliceerd.

In juni 1892 arriveerde in Sittard een door paus Leo XIII geschonken steen; de inwijding van de voorhal vond plaats op 2 juni 1892.
Midden 1893 besloot men een nieuwe actie op te zetten om de bouw van de kruisgang te kunnen realiseren. In juni 1894 was de eerste statie ‘Christus voor Pilatus’ gereed; op 27 mei 1898 werd de kruisweg ingezegend, ook al ontbraken toen nog vier staties. Bij het jaarfeest van 1901 konden de bedevaartgangers het altaar met de voorstelling van het Laatste Avondmaal bewonderen. De vleugel met het altaar werd gezien als een soort west-apsis van het gehele heiligdom, zoals men dat ook wel eens aantreft bij romaanse kerken. In het Blauwe Boekje van 1901 spreekt men van een ‘volkskoor’ tegenover het ‘priesterkoor’ van de Basiliek.

b. beschrijving voorhal.
De voorhal van de aan de Oude Markt gelegen kloostergang werd weliswaar het eerst gerealiseerd, maar in de bestaande bouw wijst niets erop dat de resterende delen van de pandhof niet vanaf het begin gepland waren. Met welke middelen de sculptuur van de naar de straatzijde toegewende gevel tot stand kwam, kan men lezen op het opschrift op de onderzijde van de toren: ‘Onze Lieve Vrouw van het H.Hart, zegen de douairière J.V.S.A., die U ter eere tot lafenis der zielen harer dierbare overledenen het kapwerk van deze toren gaf’.Boven dit opschrift ziet men een sierlijk torentje, getorst door een atlant.
Wanneer men via de poorten de voorhal betreedt, leest men in de vloer: ‘L. Bernardin à Liège’, wellicht de schenkster, en tussen de pilaren: ‘salve’: gegroet. De gebrandschilderde ramen rechts van de toegangspoorten tonen het wapen van de aartsbroederschap van O.L. Vrouw van het H.Hart te Sittard (Sigillum Archiconfraternitatis Dominae Nostrae a S.Corde, Sittard) en dat van de aartsbisschop van Utrecht: ‘Petrus Mathias Snickers Archiepiscopus Ultrajectensis’ met als devies: ‘laboris non honoris’: voor het werk, niet voor de eer.
Aan de binnenzijde van de rechterpoort vindt men twee bronzen plaquettes en een kastje met pauselijke onderscheidingen (Leo XIII). Een begeleidende tekst vermeldt dat het hier gaat om de decoraties van ‘Guillaume Lindemans, gewezen sergeant bij de Pauselijke Zouaven onder Paus Pius IX, geboren te Sittard den 17 november 1843, gestorven den 30 augustus 1911’. De twee plaquettes bevatten een oproep tot O.L.Vrouw, deur des hemels, om te bidden voor Guillaume Lindemans te Sittard en Wolter Lindemans te Brussel.
Van de vele inscripties in de voorhal trekken vooral die op de pilaar in het midden de aandacht. Hier leest men: ‘N.Dame du Sacré Coeur,
bénissez Léon XIII, grand bienfaiteur de votre archiconfrèrie à Sittard, protegez son excellence Monseigneur Rinaldini, internonce apostolique’: O.L. Vrouw van het H.Hart, zegen Leo XIII, groot weldoener van Uw aartsbroederschap te Sittard, bescherm zijne excellentie monseigneur Rinaldini, pauselijke internuntius. Op de pilaar ziet men de wapens van O.L. Vrouw van het H.Hart (N.D.), Leo XIII (lumen in caelo), Rinaldini (benedictus qui venit in nomine Domini) en bisschop Boermans van Roermond (in fide fides).
In de dubbelbeukige voorhal zijn verder ook de tegelplateaus aan de zijkanten de moeite waard: links ziet men vier vrouwelijke heiligen: Angela, Theresia, Rosa en Ursula; rechts zijn afgebeeld: Antonius van Padua, Hubertus en Franciscus. De vierde mannelijke heilige heeft moeten plaatsmaken voor een deur, die het Mariapark met het kloostergebouw verbindt. De steen met inscriptie ter herinnering aan de Roermondse bisschop Paredis, die zich vroeger hier bevond, is verplaatst naar de zijde van het grote altaar in de kloostergang.

c. kloostergang
In de enkelbeukige kloostergang treft men 14 staties aan: links de staties 1 tot en met 7, uitgaande van het altaar, rechts de staties 8 tot en met 14, naar het altaar toe. De eerste statie, links van het altaar, vermeldt de naam van het atelier Te Poel en Stoltefuss te ‘s-Gravenhage en werd geschonken door bisschop Boermans van Roermond. Het ontwerp van het Haagse atelier werd uitgevoerd door het Sittardse duo Kasteleijn en Kühnen. De achtste statie toont een portret van mère Antoine, weldoenster van het Mariapark († 2 augustus 1897). Ook het altaar, dat een reliëf van het Laatste Avondmaal laat zien, stamt blijkens het opschrift van hetzelfde Haagse atelier. Het altaar van natuursteen met marmerinlegwerk werd geschonken door Josephine, Caroline en Bertha Lindemans, zoals een opschrift links vermeldt.

mariapark21d. binnenhof
In de binnenhof valt meteen het curieuze torentje op door de bijzondere bouwkundige constructie: de kolommen rusten op de treden van de wenteltrap en dragen tevens de bovenliggende treden. Wanneer men het torentje beklimt, heeft men mooi uitzicht op de dakkapellen en de koperen met klinknagels geklonken dakgoten. Ook kan men zien, dat niet alleen bij het altaar, maar ook bij de voorhal grote poorten geopend konden worden, om zo één ruimte te creëren vanuit het koor van de Basiliek tot bij het altaar met de voorstelling van het Laatste Avondmaal. De gebrandschilderde ramen in de pandhof zijn overigens pas van latere datum. Tussen de grote poorten van de voorhal naar de binnenhof ziet men aan de tuinzijde het beeld van O.L. Vrouw van Smarten. Ook hier vermeldt een inscriptie de namen van Te Poel en Stoltefuss, ‘s-Gravenhage, en het moeilijk leesbare jaartal 1900. Een ander opschrift zegt ons dat het beeld geplaatst is door P.J. Geenen, pastoor-president, namens 14000 leden. De inscriptie aan de linkerzijde brengt opheldering: ‘Moeder van Smarten, bid voor ons. Bij het begin van deze eeuw plaatste de dankbare processiebroederschap van O.L. Vrouw van het H.Hart te Nederhorst den Berg dit beeld ter herinnering aan haren oprichter en eerste directeur den weleerwaarde Heer P.B. Vismans, in leven pastoor aldaar.’ Het beeld werd dus geplaatst bij gelegenheid van het aanbreken van een nieuwe eeuw.

In 2008 werd het Mariapark geheel gerestaureerd.

Samenstelling en teksten©: Hub Geurts (+),  Guus Janssen, Math. Vleeshouwers. Fotografie: Frans van Binsbergen, Seph Castro

Voor een recente (2017) fotopresentatie: klik hier.